Wat is cider?
Cider, van appel tot fles
Eerst een paar appeltjes persen...
In Groot-Brittannië wordt 45 procent van de appeloogst voor cider gebruikt. Dit land is dan ook de grootste ciderproducent ter wereld! Na de oogsttijd, in het najaar, gaan er miljarden appels in de appelpers. De meeste cider wordt gemaakt van speciale ciderappels, die voor de droge, frisse smaak van cider zorgen.
Bewaren
Het sap gaat in enorme opslagtanks. Daarin verdampt nu een deel van het water. Dat scheelt weer opslagruimte, én het zorgt ervoor dat we het sap beter kunnen bewaren.
Het echte werk: fermentatie
Als het tijd is om het sap te gebruiken, gaat er weer wat water bij het sap, wat appelzuur voor de smaak en: de gist. Die doet het belangrijkste werk. De gist maakt van appelsap cider, door suikers om te zetten in alcohol. Kortom: het zorgt voor de fermentatie. Dit duurt een dag of tien, twaalf.
Rijpen: de smaak groeit!
Nu moet de cider een paar dagen staan. De smaak wordt hierdoor voller en soepeler, en ondertussen bezinkt ook de gist. Daarna wordt de cider gefilterd. Zo blijft alleen de zuiverste cidersmaak over.
Het geheime recept
We hebben nu cider, maar nog geen Strongbow Gold, of Jillz. Elk cidermerk heeft namelijk zijn eigen unieke mengsel van appelsoorten. Dankzij die geheime recepten smaakt elke cidersoort weer anders.
Cider door de eeuwen heen
"Mais oui! Cidre!"
De cidergeschiedenis gaat zo ver terug dat het moeilijk is om te achterhalen waar de oorsprong precies ligt. Waarschijnlijk is cider vanuit Spanje en Noord-Frankrijk naar de Britse eilanden gekomen. Maar de naam 'cider' doet vermoeden dat de drank van nog veel verdere oorden komt... 'Cider' is namelijk een afgeleide van 'shekar', wat 'sterke drank' betekent in het Hebreeuws.
"Apples! Jolly good!"
Toen de Fransen in 1066 het Kanaal overstaken en Engeland veroverden, werd cider daar al snel een groot succes. In Zuid-Engeland deed men in die tijd nog verwoede pogingen om wijn te maken. Met de komst van cider werden de Zuid-Engelse wijngaarden al snel vervangen door appelboomgaarden. Die bleken véél beter te gedijen in het Engelse klimaat.
Iedereen een boomgaard
Halverwege de zeventiende eeuw beleefde cider zijn hoogtepunt bij de Britten. Bij elke boerderij zag je wel een ciderappelboomgaard en een ciderpers. Daarna, met de de komst van de Industriële Revolutie, werd het arbeidsintensieve proces van cider maken minder populair.
Lekkere traditie
De laatste jaren is cider enorm gegroeid in populariteit. Britten zijn weer dol op de rijke traditie en de frisse smaak van cider, maar hebben er een eigentijds tintje aan gegeven. Cider blijkt namelijk nog veel lekkerder te zijn als je het drinkt met flink wat ijs. Verfrissender kan haast niet...
Men dronk het als... water?
In de middeleeuwen was cider helemaal ingeburgerd bij de Britten. Men dronk het als water - nee echt! Water was namelijk een stuk moeilijker te bewaren dan cider. Daarom dronk indertijd het hele gezin cider. Cider had zo'n puur en goed imago dat er zelfs baby's mee werden gedoopt!